MorgenIedere dinsdagochtend breng ik mijn zoon van drie naar school. We komen dan langs een speeltuintje, waar hij altijd zin in heeft en ik niet altijd. Als ik maar overtuigend genoeg verkondig dat het vandaag “veel te nat is” of dat we “haast hebben” of dat we niet kunnen spelen omdat het “dinsdag is”, kom ik er wel mee weg. “Morgen”, zo besluit ik meestal, “dan gaan we spelen”. Dan kijkt mij aan en zegt “Ok, papa” en stapt weer vrolijk verder, alweer vergeten dat hij naar de speeltuin wilde. Aan het einde van de dag haal ik hem weer op. Vol enthousiasme vertelt hij wat hij die dag op school gedaan heeft. Althans zijn versie van de waarheid. Vaak gaan we nog even boodschappen doen in de tegenovergelegen supermarkt. Vrijwel meteen rent hij dan naar de groenteafdeling: “Papa banaan!”. Hij mag dan zelf een banaan uitzoeken voor onderweg. “Papa ijs!”. De volgende stop. “Nee, vandaag kopen we geen ijs. We hebben thuis nog ijs. Morgen kopen we weer ijs. Ok?”. “Ok, papa!” Heerlijk dat gebrek aan tijdsbesef. 'Morgen' klinkt overbrugbaar maar is te ver weg om te kunnen onthouden. Binnen vijf minuten is hij alweer vergeten dat hij ooit ijs wilde. Op zaterdagochtend gaan we samen douchen. Hij heeft een hekel aan het idee dat hij moet douchen, heeft een hekel aan nat haar en we hebben meestal de grootste lol als we eenmaal onder de douche staan. Op het aankleedkussen kleed ik hem uit. “Nee papa, niet douchen!”, zegt hij resoluut: “Morgen douchen!”. ![]() |
Reacties
Services
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |











