Encyclopedie
Zes graden van verwijderingDe zes graden van verwijdering staat voor het idee dat je via een keten van maximaal zes mensen van wie dan ook op de wereld verwijderd bent, waarbij iedereen in de keten de volgende persoon kent. Zo ben je maximaal zes personen verwijderd van de koningin, Madonna, de Paus en noem maar op. Het eerste artikel omtrent dit fenomeen verscheen in 1967 in Psychology Today en werd schreven door psycholoog Stanley Milgram die een onderzoek uitvoerde naar wat hij noemde het kleinewereld-effect. Milgram werd gevraagd een experiment op te zetten om het idee te toetsen dat twee willekeurige Amerikanen met elkaar konden worden verbonden via een korte keten van bekenden. Er werden vrijwilligers gezocht die in contact moesten komen met een bepaald persoon. Zo moest iemand uit Wichita de vrouw van een theologiestudent in Cambridge bereiken, en iemand uit Omaha een effectenmakelaar in Boston. De vrijwilligers ontvingen een gedetailleerde beschrijving van de doelpersoon en werden gewaarschuwd niet rechtstreeks contact met hem/haar op te nemen, tenzij ze hem/haar rechtstreeks kende. De vrijwilligers diende de documenten door te sturen naar iemand die ze met jij en je aanspraken en die de doelpersoon 'waarschijnlijker' zou kennen. Iedereen moest zijn naam toevoegen aan een lijst. Na slechts vier dagen werd de eerste doelpersoon gevonden. De contacten bestonden uit een tarweboer, een plaatselijke geestelijke, een docent in Cambridge en de vrouw van de theologiestudent. Dit waren slechts twee graden van verwijdering. De overige resultaten liepen uiteen van twee tot tien graden, met als gemiddelde vijf en zes als meest voorkomend. Het onderzoek was het startpunt voor allerlei onderzoeken naar gedrag binnen sociale netwerken. Maar de grote vraag is: rechtvaardigen de uitslagen de conclusie dat we (gemiddeld) niet meer dan zes stappen verwijderd zijn van een willekeurig ander persoon? Judith Kleinfeld van de University of Alaska deed verder onderzoek. Naar haar mening is iedere conclusie uit het onderzoek volstrekt voorbarig. Zij vindt dat de theorie zo innig wordt omhelsd omdat mensen het willen geloven. In zijn artikel vergeet Wilgram een aantal belangrijke zaken te melden, die een ander licht schijnen op de conclusie. Neem het eerste voorbeeld van de brief aan de vrouw van de theologiestudent in Cambridge. Voor het experiment waren 60 mensen bereidgevonden, waarvan er 50 daadwerkelijk een keten begonnen, waarvan uiteindelijk slechts drie brieven de persoon bereikte. Het tweede experiment dat begon in Nebraska en zijn weg moest vinden naar een effectenmakelaar in Massachusetts verliep beter. Maar ook hier werden maar 28% van de ketens voltooid. Bovendien bleken de proefpersonen helemaal niet willekeurig geselecteerd te zijn. Het merendeel van de proefpersonen waren aandelenbezitters of waren afkomstig van een mailinglist. De aandelenbezitters hebben meer kans een effectenmakelaar te bereiken, en de personen die op de mailinglist stonden hadden waarschijnlijk een hoger inkomen en een grotere kennissenkring. Ook in de meest gunstige omstandigheden haalde Milgram slechts een slagingspersentage van 30%. Een grappige variant op dit thema is de Marvel Universe. Spaanse wetenschappers onderzochten de wereld van Spiderman: een netwerk van relaties binnen de Marvel Comics. Ze wilde weten of de wiskundige beschrijving van netwerken in de echte wereld ook geldt in een fictieve wereld. De wereld van Marvel blijkt in dat opzicht bijzonder. De meeste A-helden (Spiderman, X-men, Captain America) onderhouden contacten met minder bekende superhelden. Als vuistregel wordt gehanteerd dat twee helden verbonden zijn als ze in dezelfde strip voorkomen. Voorbeeld: Quicksilver verschijnt in de eerste afleveringen van X-man, maakt daarna deel uit van The Avengers, The X-factor en eindigt als leider van The Knights of Wundagore. Tevens is hij zoon van Magneto en tweelingbroer van Scarlet Witch en hij trouwde met Crystal de voormalig verloofde van de Human Torch (Fantastic Four). Marvel kent inmiddels 96.000 optredens van 6.500 stripfiguren in 13.000 strips. De gemiddelde stripfiguur komt voor in 15 strips, met een record voor Spiderman met 1.625 optredens. Captain America heeft het grootste aantal medewerkers: 1.933. Ieder stripfiguur staat in contact met 52 anderen (anti-)helden. En de grootste afstand tussen twee stripfiguren is hierdoor 5 graden. bron: De Snelheid van honing - Jay Ingram. |